Samenwerken over organisatiegrenzen heen: wanneer ben je er echt klaar voor?

Opgaven rond wonen, zorg en leefbaarheid trekken zich weinig aan van organisatiegrenzen. Daarom staat in ieder coalitieakkoord en elk koersplan: samenwerking is noodzakelijk. En toch blijkt het in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan. Wij krijgen dan ook vaak de vraag: Hoe kun je samenwerking nu echt effectief vormgeven? Daarom 5 tips en bijbehorende reflectievragen waarmee je aan de slag kunt.

Opgaven rond wonen, zorg en leefbaarheid trekken zich weinig aan van organisatiegrenzen. Daarom staat in ieder coalitieakkoord en elk koersplan: samenwerking is noodzakelijk. En toch blijkt het in de praktijk makkelijker gezegd dan gedaan. Wij krijgen dan ook vaak de vraag: Hoe kun je samenwerking nu echt effectief vormgeven? Daarom 5 tips en bijbehorende reflectievragen waarmee je aan de slag kunt.


1. Ken je plek in het geheel

Ieder op z’n eigen plek geeft het geheel de meeste kracht. Bij samenwerking betekent dit dat je als organisatie helder hebt: wat is onze bijdrage? Waar zijn we van? En waarvan juist niet?

Vooral bij bevlogen organisaties zien we nog wel eens de neiging om verantwoordelijkheid te nemen voor zaken die niet logisch bij het bestaansrecht van de organisatie horen. Zo zien wij bijvoorbeeld steeds vaker welzijnswerk binnen woningcorporaties. Vaak ontstaat zoiets in een “vacuüm”: een welzijnsorganisatie gaat bijvoorbeeld failliet of de budgetten voor welzijnswerk bij de gemeente knellen. Hoe goed bedoeld ook, het leidt tot onduidelijkheid en gedoe. Wat helpt is je eigen rol duidelijk maken én die van anderen erkennen. Dat vraagt om zowel bestuurlijke bescheidenheid als om scherpte.

Reflectievraag intern: kunnen wij als organisatie helder verwoorden wat onze unieke bijdrage is in de regionale/lokale opgave

2. Erken het verleden

Elke samenwerking bouwt voort op een geschiedenis. Oude afspraken, eerdere conflicten of successen, ze werken door in het heden. Zelfs als jij er eerder niet bij was. We dragen impliciet namelijk veel over binnen organisaties, vanuit de primaire “overlevingsbehoefte” van de organisatie.

In (regionale) samenwerkingen horen we vaak de wens van partijen om “met een schone lei te beginnen”. Bijvoorbeeld bij wisselingen van bestuurders, fusies van corporaties of herindelingen van gemeenten. Zonder het verleden onder ogen te zien, kan dit leiden tot wantrouwen en impliciete verwachtingen van elkaar.

Investeer daarom in een goed gesprek om het verleden te benoemen en te erkennen. Niet om erin te blijven hangen, maar om ervan los te kunnen komen.

Reflectievraag met samenwerkingspartners: welke gebeurtenissen of ervaringen uit het verleden beïnvloeden wellicht onze samenwerking vandaag?


3. Zorg voor passende ordening en besluitvorming

Iedere samenwerking heeft behoefte aan een heldere ordening: wie neemt waarover besluiten? In samenwerking over organisatie- of zelfs gemeentegrenzen heen is dit vaak nog niet zo eenvoudig, omdat er meerdere bestuurlijke lagen en belangen samenkomen.

Voor succesvolle samenwerking zijn duidelijke afspraken nodig over governance, mandaat en eigenaarschap. Maar het is minstens zo belangrijk dat deze afspraken voor iedereen acceptabel zijn. Want formele structuur zonder gedragenheid blijft leeg.

Een valkuil is dat alles “samen” moet. Meestal vanuit de beste bedoelingen. In de praktijk werkt het echter beter als duidelijk is: wanneer nemen we gezamenlijk besluiten, wanneer ligt een besluit bij één partij.

Reflectievraag met samenwerkingspartners: is onze besluitvorming helder én wordt die als fair ervaren door alle betrokkenen?


4. Geef plek aan verschillen en belangen

Samenwerking betekent niet dat iedereen hetzelfde wil. Integendeel: gemeenten, corporaties en zorgorganisaties hebben elk hun eigen maatschappelijke opdracht, bijbehorende taal en dynamiek. Daar kun je je misschien wel eens aan ergeren. Toch zijn deze verschillen juist een bron van kracht, mits ze er mogen zijn.

Veel samenwerkingen stranden omdat verschillen worden gladgestreken of vermeden. Dit leidt tot schijnconsensus en zit besluitvorming in de weg. Wat helpt is verschillen expliciet maken, belangen benoemen en spanningen bespreekbaar houden.

Dit vraagt om relationele volwassenheid, vaardigheid in dialoog en conflicthantering.

Reflectievraag: durven wij de verschillen in belangen echt op tafel te leggen?


5. Investeer in de onderstroom

Onderstroom - vertrouwen, relaties en informele dynamiek - is de grootste bedreiging én kans voor succesvolle samenwerking. Want: Wie spreekt met wie? Wie voelt zich gehoord? Waar zit loyaliteit?

Organisaties die succesvol willen samenwerken investeren bewust in de onderstroom. Bijvoorbeeld door gezamenlijke reflectie, intervisie of het begeleiden van samenwerkingsprocessen.

Reflectievraag intern én voor samenwerkingspartners: hoe besteden wij aandacht aan de relationele kant van samenwerken?


Klaar voor samenwerking?

Herken je dynamieken in jouw samenwerkingsverbanden? Benieuwd hoe jouw organisatie óf samenwerkingsverband toegerust kan worden? Wij denken graag mee: van reflectiesessie tot organisatieadvies en procesbegeleiding.

Nienke van Wissen van Veen

Meer weten?

Nienke vertelt je er graag meer over

06 28 16 12 73

n.vanwissenvanveen@vannimwegen.nl