Meer weten?
Robert vertelt je er graag meer over
06 53 23 39 30
Toen ik in 2014 begon bij te dragen aan Resultaatgericht samenwerken (RGS), had ik verwacht dat we in 2026 verder zouden zijn in scope, vertrouwen, professionaliteit en kwaliteit van samenwerking. De argumenten zijn voor mij overtuigend: vastgoedonderhoudsbedrijven kennen hun vak, werken efficiënter dan corporaties, brengen innovatie mee en halen dubbel werk uit het proces. Bemoedigend is dat corporaties en vastgoedonderhoudsbedrijven (VGO) elkaars wereld steeds beter leren kennen. Echt samenwerken begint namelijk met begrijpen hoe je partner werkt. Pas dan kan er strategisch en op basis van vertrouwen samengewerkt worden.
Twee ontwikkelingen vragen aandacht in de bestuurskamer én aan de RvC-tafel.
De eerste is financieel en onafhankelijk van je samenwerkingsvorm. De Autoriteit woningcorporaties stelde in de Staat van de corporatiesector 2026 vast dat de onderhoudslasten veel harder stijgen dan de prijsontwikkeling rechtvaardigt, gaat zelf onderzoek doen en adviseert corporaties de oorzaken te onderzoeken. Dat is geen boekhoudkundig detail: elke euro die onverklaarbaar weglekt naar onderhoud, is een euro minder voor nieuwbouw en verduurzaming. We weten niet of het echt weglekt, eigenlijk investeringen zijn, of gewoon nodig is om een minimale basiskwaliteit in stand te houden; en dat is precies het probleem. In een sector met een doorgerekend tekort van bijna twintig miljard euro eet stijgend onderhoud rechtstreeks aan de maatschappelijke opgave en zouden we beter zicht op kosten moeten hebben.
De tweede is structureel. De onderhoudsmarkt consolideert; private equity rukt op met buy-and-build. Het familiebedrijf van vandaag kan volgend jaar in handen zijn van een investeerder met een andere tijdshorizon en andere belangen. Dan verandert niet per se de kwaliteit van het werk, maar wél de vraag of jij nog grip hebt op met wíe je in zee bent.
Dat patroon is groter dan onze sector. Kijk naar de digitale soevereiniteit. De voorgenomen overname van Solvinity — beheerder van onder meer DigiD — door het Amerikaanse Kyndryl werd in mei 2026 door het kabinet geblokkeerd vanwege risico's voor het publieke belang. De pijnlijke les uit dat dossier: een exit-clausule op papier is waardeloos als je er technisch en organisatorisch niet uit kunt. Het lopende contract liep gewoon door. Afhankelijkheid laat zich niet wegcontracteren; die moet je actief beheersen. Professioneel opdrachtgeverschap betekent ook dat je weet waar je loslaat en welke risico's je daar bewust bij neemt.
Voor RGS betekent dit dat de RvC drie vragen scherp moet houden — niet over het hoe van het onderhoud, maar over de afhankelijkheid die samenwerking creëert.
RGS blijft de goede beweging. Partnerschap met de markt levert waarde die de corporatie alleen niet kan maken. Maar volwassen samenwerken is meer dan vertrouwen geven; het is de afhankelijkheid beheersen die met dat vertrouwen meekomt. Goed toezicht op samenwerken is daarmee vooral toezicht op afhankelijkheid en volwassenheid in samenwerken. De RvC kan de bestuurder vragen een visie te geven op samenwerking met marktpartijen en weer te geven wat de voor-, nadelen en risico's zijn van de verschillende type samenwerking en hoe hij/zij tot een afweging gekomen is. Dan wordt snel duidelijk of dit doordacht, met oog voor risico's is en kan de RvC een oordeel vormen of de keuze consistent en de risico's beheersbaar zijn. Dan worden investeringsbeslissingen beter te toetsen. En als de samenwerking meer strategisch van aard is, kan een het beter kennen van de partner, zoals je dat ook met maatschappelijke partners doet, verstandig zijn.
Wilt u deze vragen eens scherp op tafel? Vannimwegen begeleidt bestuur en RvC bij het doordenken van samenwerking en afhankelijkheid in het onderhoud — van de verdienlogica van uw partners tot reële exit-mogelijkheden en het beschermen van uw investeringscapaciteit.
Robert de Heer