Meer weten?
Johan vertelt je er graag meer over
06 41 56 36 15
Breng partijen met een grote maatschappelijke opgave bij elkaar, en er ontstaat bijna altijd frictie. Verschillende belangen, tempo’s en verwachtingen botsen. Precies daar wordt zichtbaar of een samenwerking blijft hangen in goede bedoelingen, of uitgroeit tot iets dat echt werkt.
In veel netwerken zie ik hetzelfde patroon. De opgave is gedeeld, de partijen zitten aan tafel – en toch komt de echte samenwerking moeizaam op gang. Denk aan woondeals: plannen vertragen omdat iedereen vanuit zijn eigen perspectief stuurt en niemand het geheel bewaakt. Of de opgave rondom wonen en zorg, waar partijen elkaar nodig hebben, maar vastlopen op rolonduidelijkheid of verborgen belangen. Of bij ketensamenwerking doordat afspraken over kwaliteit en prijzen vaag blijven, KPI’s niet gemeten worden en er niet structureel geëvalueerd wordt. Iedereen is betrokken, maar niemand houdt regie op het geheel, zoekt de scherpte op of jaagt de voortgang aan.
Hoe kom je dan van een “los zand samenwerking” naar een volwassen samenwerking?
Hieronder vier aandachtspunten.
1. Frictie is geen probleem, maar een startpunt
Veel samenwerkingen proberen frictie te vermijden. In de praktijk zie ik juist dat samenwerking pas verder komt als verschillen zichtbaar worden.
Botsende belangen, tempo’s en perspectieven laten zien waar het gesprek gevoerd moet worden. Wie deze spanning uit de weg gaat of te snel gladstrijkt, loopt het risico dat wezenlijke verschillen onder tafel blijven en later alsnog boven komen en voor frustraties en vertraging zorgen.
2. Ken je rol – en die van de ander
In samenwerkingen waar ik instap, zie ik vaak dat rollen onvoldoende scherp zijn. Organisaties willen allemaal bijdragen, maar het is niet altijd duidelijk wie waarvoor aan zet is.
Dat merk je meteen: verwachtingen blijven impliciet, verantwoordelijkheden lopen door elkaar en besluitvorming wordt stroperig. Uiteindelijk vertraagt dat de hele opgave.
Heldere rolopvattingen – en het erkennen van ieders positie – brengen rust en richting.
3. Van puberteit naar volwassenheid
Veel netwerksamenwerkingen waar ik kom, zitten – om de metafoor te gebruiken – in de puberteit. Er wordt gezocht naar positie, grenzen worden verkend en er ontstaat soms irritatie of onzekerheid.
Dat is niet erg. Het hoort bij ontwikkeling. Maar het vraagt wel om (ervaren) begeleiding om door te groeien naar een volgende ontwikkelfase.
Zonder die stap blijven samenwerkingen hangen in deze fase met goede bedoelingen, zonder dat ze daadwerkelijk leveren.
4. Zorg voor regie op het geheel
Een netwerksamenwerking groeit niet vanzelf door. Daar is iemand voor nodig die het geheel overziet en helpt ordenen.
De onafhankelijke ketenregisseur vervult die rol. Niet als eigenaar van de inhoud, maar als bewaker van het proces en de samenwerking. Iemand die helpt om:
In de praktijk betekent dat vaak ook: het gesprek organiseren dat nodig is, maar nog niet gevoerd wordt.
Klaar voor de volgende stap?
Herken je deze dynamieken in jouw netwerk? En vraag je je af wat nodig is om jullie samenwerking verder te brengen?
Wij denken graag mee over hoe regie en procesbegeleiding daarbij kunnen helpen.
Johan Sinnema