Meer weten?
Nienke vertelt je er graag meer over
06 28 16 12 73
Maatschappelijke opgaven en plannen lopen meestal niet vast door gebrek aan ambitie of kennis. Veel vaker stranden ze door een overvloed aan informatie, een sterke focus op risico's en bezwaren, of een gebrek aan opvolging en ondersteuning. Dat kan anders. Probeer het eens met deze drie eenvoudige principes. Ze sluiten aan op hoe we leren, samenwerken en veranderen.
Over ambities zijn mensen het vaak wel eens. Een betaalbare woningvoorraad, passende woonvormen met zorg en het benutten van de kracht van gemeenschappen zijn breed gedragen idealen. Het lijkt een beetje op de wens voor wereldvrede: bijna niemand is ertegen, totdat we het in de praktijk moeten brengen. Dan blijkt de businesscase lastig, zit regelgeving in de weg, ontbreekt capaciteit of botsen belangen. Allemaal terecht. Maar als we vooral naar deze bezwaren kijken, stranden plannen vaak al voordat ze echt van start gaan.
Dit is geen pleidooi om minder kritisch te zijn. Integendeel. Het is een uitnodiging om kritisch denken breder in te zetten. Ken Blanchard, Paul Meyer en Dick Ruhe beschrijven dit in hun boekje Van weten naar doen. Dat geeft praktische handvatten om ambities, plannen en ideeën ook echt te realiseren. Door de jaren heen is dit gedachtegoed een vast onderdeel geworden van mijn professionele gereedschapskist. Ik deel graag een paar methodieken en de manier waarop ik ze toepas. Probeer het eens uit. Het leuke is: het is geen hogere wiskunde. Iedereen kan ermee aan de slag.
1. Groenelichtdenken: geef ideeën echt een kans
‘Groenelichtdenken' is een methode die helpt om onze natuurlijke focus op risico's en bezwaren beter in balans te brengen.
Bij elk nieuw idee stel je eerst de vraag: waarom verdient dit een kans? Zorg eerst dat alle argumenten vóór het idee op tafel komen. Niet alleen vanuit een maatschappelijk of moreel perspectief, maar ook vanuit de voordelen die tegenover de bezwaren staan. Pas daarna bespreek je welke voorwaarden nodig zijn om het idee te laten slagen.
Neem bijvoorbeeld de businesscase. Kijken we daarbij ook naar wat zorggeschikte woningen besparen aan maatschappelijke kosten? En staat de bedoeling van de AVG of de Omgevingswet werkelijk op gespannen voet met het plan? Vanuit die benadering ontstaat vaak meer ruimte, energie en creativiteit. Dat is belangrijk, omdat de opgaven waar we voor staan te complex zijn om met traditionele sectorlogica op te lossen. Innovatie ontstaat wanneer partijen elkaar helpen een idee beter te maken, in plaats van het direct af te schieten. Geen negatieve feedback, maar constructief advies. Bestuurders, managers en projectleiders hebben hierin een belangrijke voorbeeldrol. De toon van hun gesprekken bepaalt vaak de kwaliteit van de samenwerking in de uitvoering.
2. Het weinig-vaker-principe: van project naar gewoonte
Veel organisaties investeren in opleidingen, conferenties, inspiratiesessies of heidagen. Dat levert vaak energie, nieuwe inzichten en goede ideeën op. Maar daarna neemt de dagelijkse praktijk het weer over. In Van weten naar doen adviseren de auteurs om informatie en nieuwe ideeën te doseren. Het uitgangspunt is eenvoudig: niet veel tegelijk, maar een overzichtelijke hoeveelheid die je regelmatig herhaalt. Dat vergroot de kans dat we nieuwe inzichten onderdeel maken van onze routines en praktijken.
Laten we dit eens vertalen naar de woonzorgopgave. In plaats van één grote bijeenkomst per jaar kunnen corporaties, gemeenten, provincies en welzijnsorganisaties ook maandelijks korte leersessies organiseren. Elke keer rond hetzelfde thema, maar vanuit een andere invalshoek, met een praktijkvoorbeeld of een concrete ervaring. Zo wordt kennis niet alleen gedeeld, maar ook verwerkt en toegepast. Voor alle betrokken organisaties betekent dit dat leren onderdeel moet zijn van het gewone werk. Nadrukkelijk niet als extra activiteit ernaast, maar als onderdeel van de uitvoering van een opgave.
3. Regelmatige herhaling: samen eigenaarschap ontwikkelen
Een van de opvallendste inzichten van Blanchard, Meyer en Ruhe is dat nieuwe ideeën gemiddeld zes keer moeten terugkomen voordat ze echt landen. Dat verloopt volgens een herkenbaar patroon: Eerst wijzen we ze af. Dan ontstaat weerstand. Daarna groeit de acceptatie en gaan we ermee experimenteren. Uiteindelijk maken we het ons eigen en geven we het door aan anderen. Dit artikel is daar overigens zelf ook een voorbeeld van.
Neem de ambitie om mensen langer thuis te laten wonen. Zelfstandig oud worden in onze eigen omgeving spreekt veel mensen aan. Maar daarvoor moeten wonen, zorg en welzijn anders worden georganiseerd in dorpen, wijken en buurten. En daar begint de uitdaging. Inmiddels zijn we steeds meer gewend aan deze ontwikkeling. Er zijn steeds meer innovatieve ontwikkelingen en best practices. Toch riepen de eerste plannen rond extramuralisering nog niet zo lang geleden veel weerstand op.
Nieuwe ontwikkelingen worden vaak eerst gezien als ingewikkeld of onhaalbaar. Het begrip groeit wanneer een onderwerp regelmatig terugkomt in overleggen, projectgroepen, bewonersgesprekken en regionale netwerken. Daarna ontstaan experimenten, worden successen zichtbaar en groeit het eigenaarschap. Juist hier ligt een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Corporaties, gemeenten, provincies en zorg- en welzijnsorganisaties moeten niet alleen de opgave organiseren, maar ook het leerproces daaromheen. Dat vraagt om ritme, reflectie en dialoog.
Van ambitie naar resultaat: wacht niet tot iedereen overtuigd is
De moraal van het verhaal is eenvoudig: creëer samen een omgeving waarin ambities en ideeën een echte kans krijgen om werkelijkheid te worden. Want uiteindelijk worden maatschappelijke opgaven niet opgelost door wat we weten, maar door wat we samen en consequent dóen.
Nienke van Wissen van Veen